Page 41 - Woningborg garantie- en waarborgregeling
P. 41

De oplaadtijd is maximaal 8 uur. Bij een opwarmtijd langer dan 8 uur moet de inhoud van de boiler 50%
groter zijn.
Heeft de te installeren boiler een hogere netto-inhoud dan mogen de waarden voor de boilerinhoud als vermeld
in Tabel 3 worden gecorrigeerd; deze hogere netto-inhoud moet dan wel worden aangetoond.
De netto-inhoud kan desgewenst ook worden bepaald door een aaneensluitende tapping uit te voeren met een
mengtemperatuur van 40°C, bij een koudwatertemperatuur van 10°C en een minimale taphoeveelheid van 5 liter
per minuut. Door de getapte hoeveelheid boven de 40°C te vermenigvuldigen met 30/45 (omrekening naar 55°C)
en vervolgens te vermenigvuldigen met 100/80 (omrekening netto-inhoud) kan de uitkomst worden getoetst aan
de bruto inhoud in Tabel 3.
Als vooraf bekend is dat het Huis of het Privé-gedeelte wordt uitgevoerd en opgeleverd met sanitair dat meer
dan de algemeen gebruikelijke hoeveelheden warm water verbruikt (bijvoorbeeld grote baden of een stort-
douche), dan moet de capaciteit van de warmwatervoorziening daarop worden aangepast.
Meting wachttijd warm tapwater
Binnen 30 seconden na het opendraaien van de warmwaterkraan moet aan het tappunt een watertemperatuur
bereikt zijn van 70% van de maximum temperatuurstijging, met een minimum van 45°C.
Voor warmwateraansluitingen voor (vaat)wasmachines en badmengkranen (zonder douchemogelijkheid) geldt
de wachttijdeis niet.
Voor het meten van de wachttijden gelden de volgende voorwaarden:
•
•
•
•
•
•
•
Het meten gebeurt bij ten minste de warmwaterhoeveelheden zoals vermeld in Tabel 3. Deze hoeveelheden
zijn gebaseerd op een gebruiksdruk van ten minste 100 kPa.
De warmwaterinstallatie moet in bedrijf zijn, de boiler op temperatuur en de naverwarmer ingeschakeld,
zodanig dat aan het tappunt ten minste een warmwatertemperatuur conform de eisen in de NEN 1006
(zie voetnoot 11) gerealiseerd kan worden.
Het meten gebeurt zonder perlators en waterbesparende douchekoppen.
De meting wordt uitgevoerd nadat er ten minste 30 minuten geen warm water getapt is.
De meting wordt uitgevoerd bij een, op ontwerptemperatuur, verwarmde woning.
De wachttijd moet per afzonderlijk tappunt worden gemeten.
Er worden geen metingen uitgevoerd aan thermostatische mengkranen.
Ventilatie
Aanvullend op de ventilatie-eisen zoals vermeld in het van toepassing zijnde BB/Bbl, moeten onderstaande
ruimten voorzien zijn van een natuurlijke of mechanische ventilatievoorziening met een capaciteit van ten
minste 7 dm³/s:
•
•
(een) opstelruimte(n) voor wasautomaat en/of wasdroger;
(een) bergruimte(n).
1 Bedoeld wordt de versie van het BB/het Bbl die van toepassing is op de op het Huis of het Gebouw verkregen (omgevings)vergunning(en).
Genoemde besluiten zijn te raadplegen via de website van de Rijksoverheid.
2 Onder molest wordt verstaan: de omschrijving gegeven in de tekst die door het Verbond van Verzekeraars op 2 november 1981 ter griffie van de
Rechtbank ’s-Gravenhage is gedeponeerd onder nummer 136/1981. Als deze tekst gewijzigd wordt, is de gewijzigde tekst van toepassing op
gevallen waarvoor het certificaat is afgegeven op of na de datum waarop die tekst van kracht geworden is.
3 Onder storm wordt verstaan: wind met een gemiddelde uurlijkse snelheid van meer dan 17 m/sec.
4 Onder carport wordt verstaan: een op zichzelf staande, overdekte, vorstvrij gefundeerde constructie zonder wanden dan wel een constructief
aan een huis en/of garage verbonden afdak; beide met zodanige afmetingen en situering dat deze geschikt is om daaronder een personenauto
te stallen.
5 Zie artikel 3 sub m van deze Bijlage A.
6 Het aanbrengen van een warmte-afgiftesysteem in enige ruimte is een zaak tussen de Ondernemer en de Verkrijger. De aanwezigheid van een
verwarmingsinstallatie in een Huis, een Privé-gedeelte en/of in een gemeenschappelijke ruimte is geen minimumeis op grond van het BB/het Bbl
en/of de Regeling.
7 Waar gesproken wordt van ‘ISSO-publicatie 51’ wordt gedoeld op de versie van deze norm, zoals geldend drie maanden vóór de datum van de
aanvraag van de verkregen (omgevings)vergunning.
8 Zekerheidsklasse A moet worden toegepast, tenzij aangetoond kan worden dat een andere zekerheidsklasse verantwoord is.
9 Geldt niet voor thermostatische mengkranen.
10 Doorstroomtoestellen zijn combiketels, alsook toestellen met een relatief groot vermogen inclusief een boiler met kleine inhoud, ten behoeve
van het continu tappen van warm water.
11 Conform de NEN 1006 moet de warmwatertemperatuur aan het mengtoestel of het tappunt in een woninginstallatie zonder circulatie ten
minste 55°C zijn. Als er wel sprake is van circulatie of van een collectief leidingnet dan moet de temperatuur ten minste 60°C zijn.
Bij installaties met circulatie moet de temperatuur van het water in de retourleidingen ten minste 60°C zijn.
12 Bij 2 of meer badruimten gelden de genoemde waarden voor bad en douche ook bij gelijktijdig gebruik van maximaal 2 tappunten (voor de in
die ruimten gelegen bad- en/of douchevoorzieningen), tenzij dit nadrukkelijk is uitgesloten.
Bijlage A Garantie- en waarborgregeling Nieuwbouw 2024, versie 01-01-2024 6 |































   37   38   39   40   41